{{larger|''DROOM''}} (1)

{{gap}}In den nacht, bij het witlicht der maan.
{{gap}}Opeen weg breed en blante, langs een bosch,in het witlicht der maan, houdt stil een sleep van rijtuigen zwart.
{{gap}}Langzaam uit de rijtuigen zwart komen vrouwen in'tgeel, van't hoofd tôt de voeten behangen met sluiers doorzichtig en zwart. Hangendde armen vleezig en bleek met glimmende ronding.

{{gap}}De rijtuigen weg.

{{gap}}De vrouwen te paard, gezeten met mannen op de schommelende ruggen der dravende paarden.
{{gap}}En als in een circus gaat het rond, rond, in draf, in galop, onder het spelen van circus-muziek.
{{gap}}Nu steigeren de paarden, de voorpooten hoog, de achterpooten laag, en voort gaat het zoo in golvenden sprong.
{{gap}}Zij ijlen, zij ijlen, in het gestrengel der armen,